De spelregels van padel: de details die (bijna) niemand kent

Padel is heerlijk makkelijk om op te pikken. Binnen één potje snap je het al: bal over het net, telling als bij tennis, en je mag de glazen wanden gebruiken. Daar houdt het voor de meeste mensen op. En precies daar ontstaan op de baan de eindeloze discussies: “Mocht dat nou wel?”

In deze blog houden we de basis kort, en zoomen we vooral in op de padel spelregels die vaak over het hoofd worden gezien. Ken je die, dan win je niet alleen meer punten – je bent ook eindelijk klaar met het eeuwige getouwtrek over wie er gelijk heeft.

De basis in het kort

Even snel de bekende dingen, zodat we daarna de diepte in kunnen:

  • Je speelt op een baan van 20 bij 10 meter, omsloten door glazen wanden en hekwerk.
  • Padel speel je vrijwel altijd in dubbel: twee tegen twee. Maar je hebt ook speciale 1 tegen 1 banen, deze zijn smaller.
  • De telling is gelijk aan tennis: 15, 30, 40, game, met deuce bij 40-40. Een set gaat tot zes games (twee verschil), bij 6-6 volgt een tiebreak.
  • Je mag de bal via de wanden terugspelen. Dat maakt de rally's lang en verrassend.

Tot zover weet iedereen het wel. Nu de regels waar het echt om draait.

De regels die niet iedereen kent

1. Bij de opslag mag het glas wél, het hekwerk niet

De opslag is onderhands: je laat de bal eerst één keer achter de servicelijn stuiteren en raakt hem dan op maximaal middelhoogte (ongeveer ter hoogte van je navel). Eén voet blijft op de grond en mag de servicelijn niet raken of overschrijden. Je serveert diagonaal, net als bij tennis, en je hebt twee pogingen.

Het detail dat veel mensen missen zit in wat er ná de stuit gebeurt. De bal moet eerst in het juiste servicevak landen. Raakt hij daarna de glazen wand, dan is de opslag gewoon goed en in het spel. Raakt hij na de stuit het hekwerk (het staaldraadgaas), dan is het een foutservice. Glas mag dus, hek niet.

2. De return van de opslag mag je niet volleren

Dit is misschien wel de meest overtreden regel onder beginners. Bij de opslag moet de ontvanger de bal éérst laten stuiteren voordat hij terugslaat. Je mag de service dus niet uit de lucht plukken (volleren), en ook niet bovenhands terugslaan.

Let op: dit geldt alleen voor de return van de opslag. In de rest van de rally mag je wél volleren wanneer je maar wilt.

3. Na de opslag tellen de lijnen op de vloer niet meer

Veel mensen turen tijdens een rally naar de lijnen alsof het tennis is. Onnodig. De lijnen op de baan doen er alleen toe bij de opslag (voor het servicevak). Zodra de opslag goed is, spelen die lijnen geen enkele rol meer. Of de bal goed of fout is, bepaal je daarna puur aan de hand van de vloer en de wanden – niet aan de hand van een lijn.

4. Eerst de grond, dan pas de wand

Een bal die naar jouw kant komt, moet eerst de vloer raken. Pas daarna mag hij je glazen wand of het hekwerk raken – en dat mag zelfs meerdere keren – voordat je hem terugspeelt. Je hebt dus alle ruimte om een bal die het glas in schiet alsnog op te halen.

Andersom geldt hetzelfde voor jouw eigen slag: jouw bal moet aan de overkant eerst de vloer raken. Slaag je de bal rechtstreeks tegen de wand of het hek van de tegenstander (zonder dat hij eerst stuitert), dan is het jouw fout en het punt voor de tegenstander.

5. Via je eigen glas mag, via je eigen hek niet

Een mooie verdediging in padel: de bal komt hard binnen, ketst tegen je eigen achterwand, en je tikt hem dan via dat glas terug over het net. Volledig legaal. Maar speel je de bal tegen je eigen hekwerk om hem over te krijgen, dan is dat een fout. Onthoud het simpel: je eigen glas is je vriend, je eigen hek niet.

6. De bal uit de kooi achterna

Dit is de regel die padel zo spectaculair maakt – en die bijna niemand ooit gebruikt. Vliegt de bal na een stuit over de wand naar buiten? Dan mag je het speelveld verlaten, eromheen rennen en hem van buitenaf terugspelen het veld in. Het kan alleen op banen met openingen, en je ziet het eigenlijk vooral bij de profs, maar het mág.

En het spiegelbeeld daarvan: sla jij de bal zó dat hij op de vloer van de tegenstander stuit en daarna over de achterwand de kooi uit vliegt, dan is dat punt voor jou.

Let op: veel clubs hebben hiervoor een huisregel (bijvoorbeeld bij een overkapping of laag plafond), dus check dat even op locatie.

7. Het gouden punt

Een moderne regel die je steeds vaker tegenkomt, ook in sociale potjes: het gouden punt (punto de oro). In plaats van eindeloos doorspelen bij 40-40 wordt er dan één beslissend punt gespeeld. Het ontvangende team mag kiezen vanaf welke kant het de opslag ontvangt. Eén punt, alles of niets – spannend en lekker snel.

8. Raakt de bal jou, dan ben je het punt kwijt

Tot slot een paar manieren waarop je onbedoeld een punt weggeeft, los van een gewone misser: de bal raakt je lichaam of kleding, je raakt het net aan, je slaat de bal twee keer (dubbele hit) of laat hem twee keer stuiteren voordat je terugslaat. In al die gevallen gaat het punt naar de overkant.

Veelgestelde vragen (even snel opzoeken)

De vragen hieronder zijn precies het soort dat tijdens of vlak na een potje opduikt. Kort antwoord, klaar.

Wanneer is een bal in of uit?
Een bal is “in” zolang hij op de vloer binnen de baan stuitert. Hij is “uit” (en dus punt voor de tegenstander) als hij vóór de stuit eerst een wand of het hekwerk raakt, als hij de baan uit vliegt zonder eerst op de vloer te stuiteren, of als hij twee keer stuitert voordat je hem terugslaat. Belangrijk: ná de opslag tellen de lijnen op de vloer niet meer mee. Of een bal goed is, bepaal je dan alleen aan de hand van de vloer en de wanden.

Mag ik met mijn racket het net raken?
Nee. Raak je tijdens een rally het net aan – met je racket, je lichaam of je kleding – dan verlies je het punt. Hetzelfde geldt als je over het net reikt of de baan van de tegenstander aanraakt terwijl de bal in het spel is.

Mag ik over het net reiken om de bal te spelen?
In principe niet. De enige uitzondering: stuitert de bal door backspin terug naar de kant van de tegenstander, dan mag je hem alsnog ophalen – zelfs buiten de paal om – zolang je het net niet aanraakt.

Hoe vaak mag mijn service fout zijn?
Net als bij tennis krijg je twee pogingen. Is je eerste opslag fout, dan mag je een tweede slaan. Is ook die fout (een dubbele fout), dan is het punt voor de tegenstander.

Bestaat er een eerste, tweede én derde service?
Nee, een derde service bestaat niet. Je hebt maximaal twee pogingen. Wat mensen soms in de war brengt: raakt je opslag het net en landt de bal daarna toch in het juiste servicevak, dan is het een let en speel je die opslag gewoon over. Zo'n let telt niet als fout – je verspeelt er dus geen poging mee, maar het is geen extra “derde” service.

Mag ik de bal volleren (uit de lucht halen)?
Ja, tijdens de rally mag dat altijd. De enige uitzondering is de return van de opslag: die moet je eerst laten stuiteren.

Tot slot

De basis van padel leer je in vijf minuten, maar juist deze details maken het verschil tussen “lekker een balletje slaan” en écht het spel begrijpen. Neem ze een keertje door met je padel-medespelers, dan voorkom je een hoop discussie aan het net.

Weet je nu alles over padel en wil je graag zelf spelen? Lees dan ons blog over het kiezen van het juiste padelracket of bekijk de beste rackets onder de 100 euro! Zo ontdek je welk type racket het beste past bij jouw niveau, speelstijl en ambities.

Terug naar overzicht